search

Zoeken binnen deze website

Snelzoeken

/afbeelding/d66_header_4_225361

PvdA: "Effecten BTW-verhoging op recreatiesector"

Op 28 mei heeft de PvdA vragen ingediend over de mogelijke gevolgen voor de Drentse recreatiesector van de voorgestelde BTW-verhoging van 6 naar 21 procent in het kader van de hervorming van het belastingstelsel.

"In het Dagblad van het Noorden van 27 mei J.l. wordt bericht over de mogelijke gevolgen voor de Drentse recreatiesector van de door staatssecretaris Wiebes voorgestelde BTW-verhoging van 6 naar 21 procent in het kader van de hervorming van het belastingstelsel. Alhoewel verschillende sectoren in Drenthe, waaronder culturele instellingen en de bouw met de negatieve gevolgen hiervan te maken zullen krijgen, richten deze vragen zich specifiek op de gevolgen voor de Drentse recreatiesector.

De recreatiesector is een belangrijke economische sector in de provincie Drenthe en biedt werk aan 44.000 personen, ofwel 6,6 procent van de totale beroepsbevolking in de provincie. Een aanzienlijk deel van deze werkgelegenheid (35 procent) bestaat uit 'kleine banen' (<12 uur per week), die voornamelijk wordt ingevuld door bijbanen of vakantiewerk door jongeren. Juist onder jongeren tot 27 jaar is de werkloosheid relatief gezien hoger, met name in Zuid‐Oost Drenthe.

Uit onderzoek van onderzoeksbureau NYFER, in opdracht van Gastvrij Nederland, is gebleken dat rekening gehouden moet worden met fors banenverlies in de recreatiesector wanneer de voorgenomen BTW‐verhoging wordt doorgevoerd. Dit komt mede door de gevoeligheid van deze sector voor prijseffecten. De ambitie van het nieuwe college van Gedeputeerde Staten in Drenthe om van Drenthe vrijetijdsprovincie nummer 1 te maken en om daarmee ook de werkgelegenheid in Drenthe te stimuleren kan door de voorgenomen landelijke belastingmaatregelen in het gedrang komen.

De Statenfractie van de PvdA in Drenthe deelt de bezorgdheid van de branchevereniging voor recreatieondernemers in Nederland (Recron) over de mogelijke effecten die de voorgenomen BTW‐verhoging op de Drentse vrijetijdseconomie kunnen gaan hebben, en met name de gevolgen voor de werkgelegenheid. De PvdA‐fractie is bezorgd dat door de voorgenomen BTW‐verhoging juist de groep mensen met kleine banen extra hard zal worden getroffen door dalende werkgelegenheid in de vrijetijdseconomie in Drenthe en dus, na jarenlange banengroei in de Drentse vrijetijdseconomie, zal leiden tot een stijging van de werkloosheid in deze sector.

Bovendien heeft de PvdA‐fractie kennis genomen van de berichtgeving van RTV Drenthe rondom het LEADER‐project, bedoeld om recreatiesector in Zuid‐west en Midden‐Drenthe vlot te trekken, waarvoor 8 miljoen euro beschikbaar komt. Vooral kleinere recreatieondernemers hebben het moeilijk en dreigen door de voorgenomen wijzigingen in het BTW‐tarief als eerste kopje onder te gaan. De PvdA‐fractie vindt het daarom belangrijk dat deze subsidieregeling zo laagdrempelig mogelijk blijft, zodat ook kleine recreatieondernemingen succesvol een subsidieaanvraag kunnen doen om te investeren in vernieuwing en innovatie van hun aanbod en daarmee meer toeristen te trekken.

Naar aanleiding van de bovenstaande overwegingen heeft de PvdA‐fractie daarom de volgende vragen aan uw College:

  1. Deelt het college van GS de zorgen van de PvdA‐fractie over de mogelijke effecten van de BTW‐verhoging op de Drentse recreatiesector?
  2. Heeft het College zicht op de gevolgen van de bedoelde belastingverhoging voor de werkgelegenheid in de Drentse vrijetijdssector op de lange termijn, en in het bijzonder de gevolgen voor de ontwikkeling van de (jeugd)werkloosheid in Drenthe?
  3. Is het College van plan om de negatieve gevolgen van de voorgestelde belastingverhoging voor de Drentse economie onder de aandacht van de betrokken bewindspersonen te brengen en is zij bereid haar invloed aan te wenden om het landelijke fiscale beleid ten aanzien van de sector bij te sturen?
  4. Hoe wil het College omgaan met verdere stimulering van de recreatiesector (en werkgelegenheid hierin) wanneer het BTW‐tarief wel wordt verhoogd, en heeft hetCollege er vertrouwen in dat de negatieve gevolgen hiervan middels subsidieregelingen zoals het LEADER‐project (deels) kunnen worden ondervangen?
  5. Zijn de subsidievoorwaarden voor het LEADER‐project naar mening van het College laagdrempelig en transparant genoeg om ook kleinere recreatieondernemingen in Drenthe in staat te stellen aanspraak te maken op deze aanjaagsubsidies?

 

Namens de PvdA ‐Statenfractie,

Rudolf Bosch"

Betrokken statenleden

Bosch
Dhr. R.A.A. Bosch Statenlid MEER INFO

Zoek document

Zoeken binnen deze website

Snelzoeken
Provinciale Staten logo
Inloggen